Translate
Home
Family
   B.K.F.
   Bouten-tak
   H.Bastert-tak
   van Hoytema-tak
   JF.Bastert-tak
   Duyvené-de Wit-tak
   New generation
   Interviews
   Reunions
   Travels
   Eenhoorn
   Lezingen
   Heros
Communicatie
New(s)
Guestbook
Links
Contact
Sitemap


vorige pagina

ZOUT WATER VERHALEN

DOOR BERT KLINKHAMER

DE OVERSTEEK NAAR ENGELAND

Het was het gerinkel van de deksel in de theepot, dat ons deed ontwaken die vroege ochtend… De kalender wees: 24 April 1995.

Frans, als altijd het eerste op, had zijn kooi al opgeslagen en was bezig met het vervaardigen van de wekdrank, waarmee hij zijn drie mede-bemanningsleden van de Trintella "Catleen" uit hun slaapzak trachtte te lokken. Het was de dag van de oversteek naar Engeland, en het was prachtig weer. Meint, de schipper, die in het achteronder bivakkeerde, was al helemaal wakker en informeerde of wij voelden voor een "boterhammetje met gebakken spek en eieren". Dit duidelijk, om ons gunstig te stemmen voor ik-weet-niet-wat-voor onverwachtte gebeurtenissen. Vooralsnog leek alles erg aanlokkelijk: een stralend zonnetje, een buitentemperatuur van 16 graden en een zwak, maar oostelijk briesje, dat ons ver in de goede richting kon voeren.

Die gunstige windrichting had ons verlokt om 2 dagen eerder dan 'gepland' uit de Sixhaven te vertrekken, en na een vrolijke tocht over het Noordzee kanaal tussen wedstrijd zeilende platbodems door, waren wij gisterenavond in de nieuw aangelegde, gigantisch grote jachthaven van IJmuiden aangekomen. Nadat de afwas was verricht en de kajuit geruimd was werden de touwen los gegooid en voeren wij, voortgestuwd door een zeer betrouwbaar klinkende 49 PK Volvo diesel, de ruime, vrijwel lege jachthaven uit. Op weg naar de grote buitenpieren moesten we al direct goed uitkijken voor de enorme schepen van het echte beroepsverkeer; dat bleef voortaan een van onze voornaamste bezigheden. Eenmaal het zeegat uit werden alras de zeilen gehesen….hetgeen weinig resultaat had, aangezien de stroom nog tegen zat. Arie, een 25-jarige zeezeil-enthousiasteling, die moest dienen als vitalisator van de overige, uit gepensioneerde huisartsen bestaande bemanning, wilde al meteen de spinaker hijsen. De indruk werd gewekt dat wij daarna harder voeren. In ieder geval werd er harder gewerkt: er was altijd wel ergens een touw dat aangerokken of juist iets gevierd moest worden, terwijl de schipper vast zijn kunsten op de satalietnavigator demonstreerde. Hij was allerlei koersen aan het invoeren; naar later bleek niet zonder zin.

Op die manier raakten wij een beetje vertrouwd met de tuigage en met elkaars eigenaardigheden. Maar de allesoverheersende stemming was er een van ….eindelijk….., de lang gekoesterde droom is begonnen werkelijkheid te worden! Tegen 12 uur kwam er wat meer wind en moest de spinakker ingehaald worden. De genua(fok) werd uitgerold en uitgeboomd en de bezaan bijgezet. Toen om 2 uur 's middags de stroom ook nog mee begon te lopen, verwijderde de Nederlandse kust zich snel uit het gezicht en kregen wij voor 't eerst het gevoel echt op zee te zeilen. En hoe! De wind bleek aanwakkeren. Er begonnen fikse golven te komen en wij spoten nu met 6 knopen vaart op Engeland af. Meint en Frans namen de eerste wacht (8-12 uur) en Arie en ik zouden hen voor de "hondenwacht" (12-4 uur) aflossen. Meint de-schipper-tevens-kok had ons een echte zeemansmaaltijd van gespierde lamslappen met prei voorgeschoteld, die bij mij op de een of andere manier niet goed vielen, want ik had ze binnen 't uur al weer bij Neptunus afgeleverd. Maar ik maakte mij niet al te veel zorgen, want zo was het bij mijn vorige zeiltocht (30 jaar geleden!) ook gegaan. Arie en ik kropen danook welgemoed in onze slaapzakken en ik was blij dat ik lag. Ik kan mij niet herinneren of ik nu wel of niet geslapen heb tijdens deze uren, want het gewiebel en gestamp van de boot nam met het uur toe en ik had moeite de juiste houding in mijn kooi te vinden.

In ieder geval werden wij om 12.30 (=0.30) door de schipper aan dek geroepen. De bezaan was inmiddels ingenomen, de genua was wat ingerold en Meint had een eerste reef in het grootzeil moeten zetten vanwege de toegenomen wind. Er waren behoorlijk grote golven met koppen en de windsnelheidsmeter wees 26 knopen (windkracht 6). Ik voelde mij niet bepaald fris en worstelde mij in het donker in het hevig stampende schip in mijn nieuwe zwaar-weer pak, dat ik mij voor deze gelegenheid had aangeschaft. In ieder geval had het ding een ingebouwde life-line, die goed van pas kwam. Door het onhandige gepruts in de wiebelde kajuit kwam de zeeziekte weer terug en ik moest ras naar buiten om een keer te spugen. Maar toen ik daarna opkeek zag ik een fascinerend gezicht: overal witgekuifde golven, die schuin van achteren aan kwamen rollen, terwijl het zwakke licht van de maan, gemengd met het schijnsel van de boordlichten, zorgde voor een fluorescerend effect dat spookachtig aandeed. Het leek een heksenketel.

DE RAVAGE

Vooral toen de wind nog meer toe nam, had ik veel moeite om op het 's nachts in spiegelschrift verlichtte kompas de juiste koers aan te houden. Uiteindelijk liep dit uit op een gijp, en de schipper moest gewekt worden om terug te gijpen. En om -vanwege de inmiddels tot windkracht 7 (d.i. stormachtig) toegenomen wind- een tweede reef in het grootzeil aan te leggen. Terwijl hij daarmee bezig was en ik de schoot even moest vieren werd ik uit mijn evenwicht gegooid en belandde met een klap op het gangboord. Een instant bloedbad was het gevolg. De lifeline hield mij gelukkig min of meer op mijn plaats, terwijl ik in het donker naarstig zocht naar een zakdoek, die zich onder het degelijk afgesloten pak met hoog opgegespte broek bevond. Vergeet het maar. Ik probeerde met de hand de stroom ietwat te dempen en toen dit niet lukte zat in een mum van tijd de hele cockpt, mijn nieuwe pak en een aantal touwen onder het bloed.

Arie, die op dat monent aan het roer stond, had al zijn aandacht bij het sturen nodig, en zag dus niet wat er zich allemaal achter hem afspeelde. Gelukkig was Meint inmiddels klaar met het zetten van de reef en toen hij naar achteren kwam en de ravage in de cockpit aantrof, toverde hij snel een pakje papieren zakdoeken ergens vandaan, waarmee een en ander wat gedempt kon worden. Arie verbleekte, maar had dan ook niet de routine van huisartsen-onder-elkaar. Die hebben geleerd dat zulk soort calamiteiten er erger uitzien dan het werkelijk is. Met een mooie pleister, die een week lang is blijven zitten, plus een indrukwekkend hoofdverband, dat er al na een uur weer af lag, werd de klus door Meint geklaard.

GAMMEL

Ik stond wat gammel op de benen en toen ik bij een volgende zwieper van de boot weer dreigde te vallen had ik een goed excuus om de schipper te vragen verder voor mij over te nemen. Zoiets betekent dat anderen daarmee overbelast worden, maar ik was op dat monent blij dat ik -letterlijk en figuurlijk- in mijn kooi kon duiken. Gelukkig was ik na 5 uur slaap dusdanig uitgerust, dat ik Meint weer kon aflossen, zodat hij alsnog wat slaap kon krijgen. De ochtend begon inmiddels te gloren en toen ik het stuur overnam lag het schip er met een dubbel gereefd grootzeil en half ingerolde fok veel rustiger bij. De wind was ook wat afgenomen.

Wat een rust na die hectische nacht. Het water ruiste langs de gangboorden, de wind zong in de zeilen en onze gezichten werden nat van een druilerig vroege-ochtend regentje. Arie serveerde wat hete thee en wij koersten op de Engelse kust aan. Dankzij de vooruit 'geplande' koerswijzigingen op de perfect aanwijzende sataliet-navigator verliep alles verder volgens plan. Tegen de middag kwamen lichtschepen van de Goodwin Sands in zicht en Meint besloot, in verband met de toestand van de bemanning na dit vermoeiende etmaal, de haven van Dover binnen te lopen. Het was even uitkijken tussen de in- en uit de haven manouvrerende Ferrie-boten, maar om 17.00 uur lagen wij tenslotte voor de sluizen die toegang gaven tot de nieuwe jachthaven. De deuren gingen gelukkig al spoedig open en voor ons lag een grote gezellige Marina, pal onder de witte klippen van Dover, waar bovenuit de wijds-imponerende burcht de toegang tot de stad bewaakte. Na een heerlijk verfrissende douche was de narigheid gauw vergeten en de zuurkool met spek en worst aan boord geserveerd ging er weer goed in.

DE TOCHT DOOR HET KANAAL

Het was goed slapen op een niet-deinend schip en wij genoten de volgende ochtend van ons eerste echte ontbijt aan boord: wat kleffig geworden boterhammetjes met ham-and-eggs en grote kommen sterke thee. Uitzicht enerzijds op de 'White Cliffs' (of Dover), waaronder het ochtendverkeer krioelde; aan de andere kant keken we op de scheepsmasten en kranen van de haven. We moesten voort maken om op tijd door de sluis te komen, maar daarna was het geduldig wachten op een groot zeeschip, dat voor ons de haven uit moest manouvreren.

Ondanks het feit dat de weerberichten slecht waren: bewolkt, regenachtig en veel wind, voeren wij met een aarzelend zonnetje en bij een windkracht beaufort 4 uit het noorden het Nauw van Calais in. De stroom was nog tegen, maar omstreeks 12 uur, net toen Folkestone in zicht kwam, brak de zon volop door en keerde het tij. Het was een fantastisch gezicht! Overal die witte krijtmassa's, bedekt door donkergroen golvende landerijen, omgeven door een levendig blauw reflecterende zee met witte schuimkopjes.

ZEE-ZIEKTE GEVOEL

Naarmate het vaarwater nauwer werd verschenen er geleidelijk aan meer schepen om rekening mee te houden. Om 15 uur kwam Kaap Dungeness in zicht. Nog steeds stralend weer en dit bleef zo tot de avond! De schipper bleek in Dover zijn rug geforceerd te hebben maar was desalnietemin goed in staat het schip te voeren. Mijn zeeziekte gevoel bleef uit en ik kon volop van het echte varen genieten. Ook de andere bemanningsleden voelden zich opperbest. Tegen de avond kwamen er wat wolken opzetten en nam de wind toe. Het werd weer wat onrustig slapen, maar toen Arie en ik om 0.30 uur op wacht kwamen was er van alles te beleven. Onder de hoede van Meint en Frans was het schip dicht onder de kust gestuurd en het merendeel van de scheepvaart voer onder ons langs. Toen wij het roer overnamen was het een wirwar van lichtjes om ons heen en het was een leerzame sport om uit het type lichtvoering de varende schepen van de vissende vissers of geankerde baggerschepen te onderscheiden. Lang leve de cursus 'Vaarbewijs', die de winteravonden op de K.W.V.L. verlevendigen en ons nu in de praktijk de herkenning van de weg op zee vergemakkelijkten.

Tegen de ochtend werd het regenachtig en het zicht verslechterde. Wat was ik alweer blij met het waterdichte pak met pet en klep. Het was per slotvan rekening pas eind April. Een maand, waarin ik normaal gesproken pas begin te schuren aan mijn boot en de water temperaturen nog 10-15 graden zijn. Dat betekent, dat de wind nog behoorlijk koud was en de regenbuien echte koude douches. Bij het in 't zicht komen van het baken voor 'Owens banks' was onze wacht afgelopen en konden wij nog een paar uur slapen.

GOOD OLD ENGLAND OP ZIJN BEST

Enige tijd later riep het ochtendgedruis ons aan dek. Het was winderig gebleven. Beaufort 5-6 en wij zeilden gereefd. Omstreeks 10 uur in de morgen doemde 'Catherine's Point' even op uit de nevels rondom het eiland Wright en ik kon nog net vaag Sanddown en Bonifacius Bay onderscheiden, maar toen verdween het sprookjes achtige eiland helaas weer in een dicht regenscherm. Later op de dag kwam er weer wat zon en de schipper besloot niet naar Poole's harbour te varen, maar naar een iets westelijker gelegen haventje genaamd Weymouth. Wat een gelukkige beslissing!

Er onstond een wat warrige discussie over de beste aanlooproute, die vlak boven de marinehaven bij Portland Bill lag, maar uiteindelijk belanden wij veilig in een allerliefst vissershaventje met links en rechts oude typisch engelse havenhuisjes. Good Old England op zijn best, met gekleurde geveltjes en zwarte balkjes afgetekend tegen witte muren, fleurige vissersboten met veelkleurige boeien en vriendelijke mensen! Wij legden aan bij een open plekje aan de kade, dat ons door een enthousiast wuivende havenmeester werd gewezen. Even later waren wij afgemeerd en konden genieten van de leuke kade-tjes vol met havenkroegen, waar buiten in de zon door Jan en alleman menig pilsje werd gesavoureerd. Van ons schip uit hadden wij een leuk uitzicht op het straat- en zeemansleven, dat hier geleidelijk aan in elkaar overging. Pieterig kleine winkeltjes, die allerlei typisch engelse snuisterijen en gebruiksvoorwerpen verkochten.

WEE…DE ONERVAREN ZEILER DIE

Alles is anders in Engeland: ze rijden er links, ze hebben een ander stroom-voltage, andere stekkers, andere maten en ze hebben zich ternauwernood en met veel tegenzin aan het europese decimale systeem aangepast. Dat gaf bij boodschappen doen hier en daar wat problemen. Een poort waarboven 'Brewers Quay' geschreven stond gaf toegang tot de schepen en wij spoedden ons naar de telefooncellen langs de kade om even het laatste nieuws uit Holland te horen en te melden dat wij allemaal nog aan boord waren. Wij gingen vroeg ter kooi en bij het ontwaken bleken wij pal naast een badhuisje te liggen, waar heerlijk gedouched en de kleren gewassen konden worden. Even daar weer naast bevond zich een pub, waar wij een overheerlijk 'full' breakfast (bacon and eggs, white beans, mushrooms, sausages, tomato's, toast en de hele rattaplan) konden krijgen met immens grote mokken sterke thee.

Wij zouden dolgraag nog een dagje langer zijn gebleven, maar het tijdschema van de schipper dwong ons verder. Hij wilde zo lang mogelijk van een gunstige oostenwind gebruik maken om door het Kanaal te komen en dus stoven wij een uur later alweer de haven uit. Voorbij de Marinehaven kwamen wij al spoedig terecht in de fameuze 'races': de gevaarlijke wervelingen rond kaap 'Portland Bill'. Het is de kunst om hier op de juiste plek op de juiste tijd met zo min mogelijk stroom tegen aan te komen, dan geven ze niet veel problemen. Maar wee…de onervaren zeiler, die hier b.v. door een storm gedwongen, op een ongunstig moment in verzeild raakt. Wij wachtten tot de stroom mee was en motorden tussen wild draaiende watermassa's met schuimkoppen door, naar open water. Hierna liet de wind het afweten, maar de stroom voerde ons toch betrekkelijk snel richting Start Point.

WIEGEN OP ZEE

Geleidelijk aan begonnen wij te wennen aan het zeezeilersbestaan: wiegend op een 'zee' van blauwgrijs rimpelig water, gekoesterd door de zon, maar gekleed in rode en blauwe kielen met hoge kragen of een dikke sjaal (tegen de venijnig priemende voorjaarswinden, die elk ogenblik op konden steken). Snelle afwisselingen van intens genieten van zon en zee met perioden van stevig sjorren aan roer en tuigage. En voortdurend opletten op snel naderende zeeschepen van vaak vele verdiepingen hoog. Soms duurde het maar tien minuten voor een aan de einder geconstateerde tanker bij ons was en in die tijd moet je een beslissing nemen of je door kunt varen of dat er koers gewijzigd moet worden. Altijd was er iemand verantwoordelijk voor de uitkijk, wat vooral gedurende de maaltijden wel eens problemen opleverde: je moest dan 360 graden zeeoppervlak in de gaten houden. Toch overkwam ons in de golf van Biskaje eenmaal dat wij tijdens het avondeten ineens een groot schip naast ons zagen opduiken op een afstand van 100 meter. Gelukkig hadden zij wel radar!

DE NACHT KOUD, IK TROK ALLES AAN

Tegen de avond nam de wind weer in kracht toe tot 5 Beaufort en schoten wij goed op in de richting Falmouth. De nacht was koud. Ik trok alles aan wat het lijf maar kon beschutten (pyama, flanellen overhemd, fleece bodywarmer, trui, gewone bodywarmer, zwaar weer pak met gevoerde kraag, thermosokken) en toen had ik het zelfs bij het uitkijken in windkracht 5 bij 8 graden celcius toch redelijk warm. Suizende wind, schuimende golven en een wild wiebelend schip, dat voor de wind over het water stoof, deden ons beseffen dat wij het echte 'open water' van de oceaan naderden. Dit was ook, wat wij hadden gehoopt te zullen beleven in onze voorstellingen van deze reis. Om 8.30 uur konden wij de baai van Falmouth binnen draaien en genoten van de aanblik van deze stad, die zich verspreid over heuvels rondom de haven uitbreidde. Een klein eindje stroomopwaarts op de river Fall was een haven, die ons voor enige tijd kon herbergen, tot de wind gunstig zou zijn voor de oversteek naar Spanje. Na wat geharrewar over licht en stroom kregen wij een plaatsje en konden om 11.00 uur ter kooi (gemiste nachtrust inhalen!).

VAN 'LANDS END' NAAR 'CAPE FINISTERRE:"

Hier houdt het verslag van Bert Klinkhamer plotseling op.

Re: Bert deel 2

Weer een leuk verhaal van Bert. Een ding ontgaat mij ten enen male:
Als ze al in Poole Bay zitten (bij Southhampton) en ze moeten naar de golf van  Biskaye, waarom hebben ze dan zo'n vliegende haast om door het Kanaal te komen, dat is terug naar het noorden in plaats van naar het zuiden?????

Dichterlijke vrijheid?

 Ian