Translate
Home
Family
   B.K.F.
   Bouten-tak
   H.Bastert-tak
   van Hoytema-tak
   JF.Bastert-tak
   Duyvené-de Wit-tak
   New generation
   Interviews
   Reunions
   Travels
   Eenhoorn
   Lezingen
   Heros
Communicatie
New(s)
Guestbook
Links
Contact
Sitemap


vorige pagina

Saamhorigheid.

Een anekdote uit ongeveer een eeuw na Pythagoras vertelt ons van een herbergier in Zuid Italie, die gedurende een lange tijd een reiziger had verzorgd, die helaas uiteindelijk stierf. De gast was niet in staat geweest om aan de menslievende herbergier alle kosten te vergoeden die deze voor hem had gemaakt. Op zijn sterfbed vroeg de zieke om een plankje waar hij vervolgens een bepaald teken op aanbracht. Hij vroeg de herbergier dit bordje bij de ingang van zijn herberg vast te spijkeren. Lange tijd gebeurde er niets, totdat een aanzienlijke reiziger passeerde en de herbergier vroeg hoe dat teken bij zijn voordeur kwam te hangen. De man vertelde het hele verhaal en de reiziger betaalde prompt alle onkosten voor de overleden zieke. Het teken dat bij de deur hing was het pentagram. 

Ook op internationaal gebied kwam de Pythagoreische saamhorigheid tot uiting. Zij konden elkaar blijkbaar ook op uiterlijke tekenen herkennen want er wordt verhaald van een zekere Miltiaden, een inwoner van Cartago, die een geestverwant ontdekte temidden van een groep ter dood veroordeelde krijgsgevangenen en hem heeft weten te redden. Ook een Etrurier, genaamd Nausithous, redde op een vergelijkbare wijze de pythagoreer Euboulos uit Messina van het lot als slaaf te worden verkocht. 

Het pentagram is op velerlei wijzen en soms in verborgen vorm terug te vinden. In de eerste plaats in de natuur zelf, waar ook, zoals we reeds hebben gezien, de gulden snede terug te zien is. Plato, als geestelijke leerling van Pythagoras, heeft ergens gezegd dat "de Godheid geometriseert". De gulden snede, oftewel de 'goddelijke verhouding', is daar een voorbeeld van. Het is dezelfde als de deling in uiterste en middelste rede, d.w.z. zoals een lijn het kleinste gedeelte zich verhoudt tot het grootste, als het grootste tot de hele lijn, of tewel als 1 : 1,618. Het is een 'in het binnenste der scheppende kracht', een in stilte werkend vormingsprincipe, dat alles ordent en regelt, dat door kunstenaars of hartstochtelijk wordt aangehangen, of even hartstochtelijk wordt verguisd. Zowel in de bloeitijd van de griekse kunst tijdens de Renaissance, met Leonardo Da Vinci als vurig voorvechter, of in de Empire-tijd rond 1800 en laatstelijk in het begin van de twintigste eeuw waren vele kunstwerken volgens deze verhoudingsprincipes ontworpen. (Tegenwoordig is dit echter weer ver te zoeken). In de natuur echter wordt dit het meest volkomen aangetroffen en Pythagoras, die deze verhouding vaststelde als volgend uit een goddelijke wil, heeft zo aan de Grieken een bij uitstek harmonisch kunstprincipe geschonken. 

Ook in de z.g. reeks van Fibonacci, een reeks waarbij ieder volgend getal bestaat uit de som van de beide voorafgaande getallen, oftewel 1 - 2 - 3 - 5 - 8 - 13 - 21 enz, treft men aan in de verhouding die in de groeistengels van verschillende planten te vinden is, b.v. de bereklauw, de paardestaart, enz. Het pentagram kan men weer terugvinden in de klokhuizen van appels en peren en verschillende andere vruchten: men ziet het terug in de vorm van de lotus, de malve, waar de hospitaalridders van St.Jan, de Maltheser ridders, hun kruis uit hebben samengesteld om zo op bedekte wijze een pentagram erin te kunnen verwerken. Men vind het ook in de gentiaan en de egelantier (wilde hondsroos). Het is in deze 'roos-vorm' dat het pentagram zich het blijvendst heeft weten te handhaven en verspreiden. 

In het Allaerd Pierson museum in Amsterdam, een klein maar bijzonder belangrijk archeologisch museum, bevindt zich een wonderlijke plaquette die dateert uit de late 4e eeuw voor Christus en is opgegraven in Zuid-Italie. Men ziet daar een 5-bladige roos met spits uitstekende kelkplaatjes. Wanneer men de punten van deze kelkblaadjes met elkaar verbindt krijgt men een vijfhoek. Trekt men een diagonaal, dan ontstaat het pentagram met in het midden de steeds logisch hierdoor gevormde 2-e vijfhoek, op deze plaquette ingenomen door een menselijk gezicht. Met redelijk vermoeden zou men hierin de microcosmos kunnen zien, de mens, als afspiegeling van de macrocosmos, in een 5-hoek vervat van het pentagram. Maar ook een tweede Pythagorees symbool kan in de afbeelding op de plaquette verborgen zijn geweest. Want, verlengt men de lijnen tussen de bladen, dan instaat de Yod, of Samische letter, gaande door de ogen en de mond van het menselijke gezicht in het midden van de afbeelding, met de neus als middelpunt. De samische letter, die de goddelijke eenheid verbeeldt die tweeheid voortbrengt en samen dan de drie-eenheid vormt, is een gedachte die in de meeste godsdiensten op een zelfde manier is uitgekristaliseerd. Zij vormen gedrieen of grootheden van gelijke betekenis zoals in de katholieke kerk God-vader, God-zoon en God-heilige geest, of van een andere rangorde, zoals Brahma, Vishnu en Shiva. Op het Kapitool in Rome werden Jupiter, Juno en Minerva als drietal aanbeden.