Translate
Home
Family
   B.K.F.
   Bouten-tak
   H.Bastert-tak
   van Hoytema-tak
   JF.Bastert-tak
   Duyvené-de Wit-tak
   New generation
   Interviews
   Reunions
   Travels
   Eenhoorn
   Lezingen
   Heros
Communicatie
New(s)
Guestbook
Links
Contact
Sitemap


vorige pagina

TANTE BEP OP REIS NAAR AUSTRALIE

Een verslag in brieven aan haar zusje Puck Duyvené de Wit- Klinkhamer in 3 delen.

Deel 1 Deel 2 Deel 3

Deel een

We stegen zojuist op uit Bangkok .
Niets dan vrij dooie, dus geen groene rijstvelden.
Rechthoekige kanalen met palmen en bananen omzoomd. In dat bruine water een pierebak van house-boats en kleine landwoningen. Het is Birma en hun vliegmachines heten Flying Tigers.
Aldoor prachtig weer gehad, maar de vele cumuluswolken voorspelden niet veel goeds, met een bliksempje hier en daar dito. Bij het opstijgen dansten we dan ook flink. Nu nog 10 uur vliegen en dan komen we morgenochtend om 6 uur aan in Sydney.
Tot nu toe was de vlucht zeldzaam boeiend. Toen de naam van de captain werd aangekondigd kregen Hans en Kiek stiklachjes, want dat bleek een kennis van hen te zijn. Frank van Vloten. Eerst uit Aruba en later ook uit Holland. De purser oftewel steward bracht het over aan de cockpit en even later werden we daar uitgenodigd. Enig om mee te maken. De cockpit, waar de drie mannen in huisden in een minime ruimte, was aan alle wanden versierd met instrumenten, waar ze telkens even aan draaiden. Gewoon een soort schiettent op de kermis. Zo nu en dan klonken er belletjes en werd door een van hen met een koptelefoon plus spreekhoorntje wat formules losgelaten. H.&K. vonden het enig om weer eens met hun oude hockey-compaan te spreken. Door de ramen zag je de maan op de wolken schijnen. Verder was alles in een geheimzinnig donker gehuld, met zo nu en dan een opflitsend lichtje dat dan net een boek werd waarin notities werden aangetekend, fel verlichtte. Daarna weer duisternis en lawaai van de gierende wind op het dak. Buiten was het 63 graden onder nul. En ik liep in mijn hempje zonder mouwen.

In Beiruth ¾ uur eruit. Maar je mocht niet rondlopen en werd in een autobus naar een cafe gereden. De lichtjes van de Libanon waren enig, maar ik had graag wat meer gezien.
Ondertussen is het nu drie uur in de nacht, maar ik was over mijn slaap heen. We kregen in het vliegtuig nog van allerlei sapjes te drinken en toen sloot ik gewapend met een slaappil de oogjes.
Vier uur later felle zonneschijn op de uitlopers van de Persische woestijn, met kurkdroge waddies, en oliepijpleidingen. We vlogen over New Delhi en plots: daar had je ze, "de Hymalayas". Eerst de Karakorum boven de mist, en rood gekleurd. En toen later en veel vager de Mount Everest. Ik spendeerde er mijn eerste dia's aan, maar het zal wel mislukt zijn. Je zal een ommeletje verorberen terwijl dat natuurwonder aan je voorbij rolt.
Toen de Golf van Bengalen , met alle arme eilandjes die door die zeebeving verwoest zijn, en daarna Bangkok. 80 Graden Farenheit.

Nu de Indische Oceaan en straks Singapore . Het hele vliegveld van Singapore was propvol vliegtuigen van overal op de wereld, die benzine zopen. Het was allemaal donker toen we wegvlogen en knap laat door alle drukte. We kregen nog een diner waar ik maar de helft van opat. Er waren veel mensen overgestapt op andere planes en met zo'n 60 passagiers bleven we achter en begon het tweede nachtje. Nu op drie lege plaatsen: dus je zou zeggen dat ik een lekker nachtje tegemoet ging.. Maar het late eten en de daardoor veroorzaakte hoestbuien lieten me maar een uurtje pitten voordat het ontbijt alweer begon. Maar toen we de luikjes van de ramen open schoven wist je niet wat je zag. Net zo'n zonsopgang als in Egypte. Boven de nog donkere aarde een felle carmijnkleurige streep. Dan vermiljoen, gevolgd door groen en geel, en daar dan weer boven het blauw van de lucht, afgezet door de donkere nachthemel. Ik gooide mijn thee haast om want mijn handen zochten het kopje, maar mijn ogen zochten dit wonderlijke fenomeen, dat langzaam lichter werd, tot ineens een stukje zon boven de horizon verscheen.
Beneden zag je nog niets op de grond. Dat kwam eerst pas toen het licht ook schaduwen kon maken en we het bergachtige landschap van Australie konden onderscheiden. We hadden in de nacht dus Indonesie overgevlogen, toen Nieuw Guinea en de Australische Woestijn, en zagen dus nu het oosterlijke bergland onder ons doorgaan, met een hoe langer hoe groter wordende streep van de Pacific. Uiteindelijk de mierenhoop die Sydney is…ringsom een grote en wijdvertakte natuurlijke haven.

Om op het vliegveld te kunnen landen vloog dat reuze ding heel laag over de zee om eindelijk aan de zuidoost kant van Sydney aan de grond te komen. Een fantastische vlucht was het. Niettegenstaande slecht slapen waren we niet moe. Je voelde alleen maar een beetje dat je ogen wat dieper in je hoofd lagen.

Net als toen ik met die gekneukte rug van Barbara naar Tessin reed, was nu door het constante maar niet hinderlijke trillen (een fibro-massage leek het wel) mijn ribbetje erg in zijn sas.
Het onvolprezen wagentje bracht de bagage naar de grote hal, waar we plaatsen reserveerden voor het vliegtuigje wat ons naar Leeton zou brengen. Vanaf een vliegveldje vlakbij. Een speciale bus bracht ons erheen. Na wat wachten konden we instappen in dat lilliput-machientje, dat de 500 miles naar ons idee al kruipende aflegde. Kiek had Anscluss met een Australier die haar allerlei vertelde. Na anderhalf uur zijn we geland op een dito lilliput vliegveldje, waar Jenny ons hartelijk opwachtte. Na nog 15 km. per auto en we waren in de Jacaranda Avenue, waar het eerste ding dat ik zag het kleine caravantje was. Een enig ding, waaruit Paul tevoorschijn kwam.
Hun huis is werkelijk machtig leuk met een vrij grote tuin, hoofdzakelijk gras, met aan de randen vrij grote struiken: Jasmijn, rozen, al uitgebloeide mimosaas, en gekke vogels en twee wild opgewonde hondjes. Ik sliep 's middags, ging niet laat naar bed en werd niet wakker voor 12 uur later.
Ribbetje houdt van dit klimaat! Wie weet, misschien ga ik toch mee.

aus1

aus2

Deel twee

Om vijf uur gingen we Paul halen. Ribbetje braaf. Ik draag die blauwe katoenen broek waarvan de band net op de hoogte zit van de zwachtel. Als ik nu maar niet te hard loop voel ik er niets van. Vermoedelijk ga ik 12 of 13 April naar Melbourne . De caravan verhuurder in Melbourne maakte geen trekhaak aan de campmobile, en die van Sydney wel, dus konden ze me niet naar Melbourne brengen. Ik slaap op J.P's kamer, waar jouw getekende portret van Vader op de boekenkast staat. Dat had hij beslist nooit gedacht, dat ik in Australie zijn portret zou zien staan.

Zaterdag gingen Paul, Hans en Kiek druiven plukken bij de ouders van de secretaresse van Paul. Jenny en ik brachten hen erheen. Met z'n tweeen en de hondjes gingen we daarna naar de Murrembridgee rivier , die ettelijke maanden terug de hele streek rond Leeton onder water had gezet. Zij liggen een beetje hoog, dus zelf hadden ze er geen last van gehad. Maar het treintje en de weg naar het vliegveld waren versperd geweest.

De oevers waren op vele plaatsen afgeslagen. Dooie bomen hingen er overheen of waren gestrand. En net zoals bij de Tennessee river bij Eetje was veel zand tussen de wortels verdwenen. Ze stonden om zo te zeggen op lange tenen in het water.

( ) Ribbetje prima. De stijve band van mijn blauwe broek zit net op de goeie plaats en de zwachtel doet de rest. Jenny beklaagde me met deze warmte, maar het doet me gelukkig niets.

In de moerassen om de rivier heen waren witte en zwarte Ibessen. Verder reigers, en rare wit-en-zwarte vogels, eksterachtig, maar zonder lange staart. Er waren ook lepelaars. We zagen een hele vlucht papagaaien overkomen. Prachtige grijze vogels met roze borstjes en een witte onderstaart, zo groot als tortelduiven. Ze heten galah's.

Zwarte zwanen zagen we ook en een valkje van onderen oranje en met een bruinige zandkleur van boven.

Ze waren aan borrelen bij hun dierbare vriendin Cayly (Bronwyn). Haar voornaam is welsh. Haar echtgenoot was engels maar stierf door overstress, van de oorlog. Ze woont nu heel alleen met een oude tante op een grote farm dicht in de buurt. Met schapen, korenlanden en sinasappels. Ze tekent, aquellereert en is een hele middag bezig geweest om mij het aquelleren bij te brengen. Het is een enig mens. Haar echtgenoot was 5 jaar als 'missing' opgegeven.

Deel drie

( ) Nu ben ik bij Win in Melbourne na een doodvermoeiende autobus-rit van 9 uur, met maar een stop van een half uur en een van 10 minuten. Wel wat weinig voor een rit van 609 kilometers. Win haalde me af in 'down-town' waar het travelbureau zit, en toen ging het met haar auto weer berg-op. Alleen duurde die rit ook weer eindeloos omdat zij in een vrij afgelegen buitenwijk woont.

Australie is net een soepbord: laag en vlak in het midden en bergketens op de rand; met rivieren die naar de zee stromen, zodat ze op verschillende plaatsen het water d.m.v. tunnels de andere kant op laten stromen. Deze irrigatie gaat eerst via een paar grote rivieren, dan door kanalen en kanaaltjes, met een grote draaiende schroef in het begin die stil wordt gezet als de farmer zijn toegemeten hoeveelheid water heeft gekregen.

De rit vanaf Leeton ging over vlak land met overal de onontbeerlijke gumtrees. Kuddes schapen liggen midden op de dag in de schaduw van die bomen, en langs de bermen lopen vaak grote kudde's vee, gehoed door mannen te paard. We passeerden er verschillende en de bus moest soms halt houden. Ik zag een paar emu's, een soort kleine struisvogels. Eerst halverwege Victoria begonnen de heuvels en werd het landschap mooi.

Ik slaap in een klein huisje, buiten het grote huis en alleen verwarmd door een electrisch kacheltje, want de nachten zijn nu behoorlijk koud. Wil en haar man hebben het huis 40 jaar geleden laten bouwen en het is een kruising tussen een engelse cottage en een de Bazel huis.

Veel fantasie, trappetje op, trappetje af en een prachtige tuin. 's Morgens gingen we door de bergen naar een soort Artis, temidden van bossen, beekjes en varenbomen. We zagen koala's, 2 plattipussen, en een soort beverachtig waterbeest met eendepoten als vinnen en een eendesnavel, en het legt nog eieren ook. Liervogels die je daar in Victoria zo in het wild vind en ook de guana, een reuzenhagedis.

Ik had zo graag slangen gezien om te weten te komen welke soort gevaarlijk is, maar de zon was achter de mist schuil gegaan en omdat slangen het graag warm hebben zagen we er geeneen. Zelfs de beroemde Blue Mountains waren niet zichtbaar door de nevelige horizon. Win was hoogst ongelukkig want daar had ze me op willen fuiven.

( ) Nu is me toch iets grappigs overkomen! Afgezien dan van een lunch met vier dametjes die Win allang vantevoren had uitgenodigd. Ze vertelde n.l. dat ze een boek van de blbliotheek had gekregen over Val Carmonica, en of ik daarvan gehoord had!!! Nou, ik een en al belangstelling. En laat ze me nu dat boek van die Israelier Emmanuel Anati zien die handelt over de rotstekeningen daar, daterend vanaf het 3-de millenium waarin 2 labyrinten genoemd worden en alle dingen daaromtrent!! En dat lees je in Melbourne Australie!!

's Middags nadat de dametjes waren opgehoepeld gingen we naar een collectioneur van aborigenal artifacten. Tekeningen op boombast of ingebrande en van kleur voorziene bakjes, beestjes enz. Sommige dingen kon je kopen. Ik kocht een z.g. bullroarer, een ovaal stuk hout (roodhout) met ingegrifte versieringen die ze aan een ineen gestrengeld touwtje zo hard rondzwaaien dat het een brullende toon liet horen, en dat bij ceremonien wordt gebruikt.

Terug rijdende liet ze me dicht bij haar huis een gumtree zien waar die lui, voor de blanken opdaagden, een hele canoe uit de bast hadden gesneden. De boom was uiteindelijk door ouderdom of door bliksem gesneuveld maar je zag nog duidelijk de vorm van de canoe.

Nou, het ene ogenblik loop je in je vieste plunje vol druivenspatten en het andere ogenblik ben je te gast bij de Melbournse Lyceumclub, in een keurig gebouw met lekker eten en wijn, en wordt je begroet als the honorable member of the Swiss Lyceumclub. Win had daar haar avondje en stelde me aan iedereen voor. Daarna moesten we luisteren naar een lezing over een van de vroege pionieren. Ik moest antwoorden op mijn begroeting en zag er, geloof ik, keurig uit in mijn opgestreken zwarte broek en hesje, roze ketting en de mooie sjaal van Anita.

Allemaal keurige dametjes, maar de ene was professor en de andere was een kunsthistorica en deed in textiel, en kende Burgers en van Schendel!! Ik verstond maar de helft, maar gelukkig net genoeg om mee te kunnen praten na afloop.